Zelden zijn mijn dagen zo druk en zo zot geweest als de laatste en de volgende. Ik ren van hot naar her, weet tussendoor mijn hoofd niet meer staan en schrijf ondertussen op tienduizend papiertjes die tienduizend dingen die ik niet mag vergeten. Ze liggen overal: in de keuken, op mijn pc, naast mijn bed., …
Mijn broer en ik hebben dit weekend mijn ouders het fijnste feestje sinds hun trouw bezorgd (waarover later meer). De zweedse familie is voor het eerst in 40 jaar nog eens in België. Yes 40. Ik had ze al 20 jaar niet meer gezien. Tot mijn eigenste verwondering blijk ik trouwens zelfs nog een paar zinnen die naam waardig uit mijn botten te kunnen slaan ‘in svenska’. De dagen staan nu volledig in het teken van Tore, Tage en Sune – de drie broers van Opa.
En ondertussen moet ik nog pakken echt werk verzetten, gaan we straks skiën en moet daar nog vanalles voor gedaan, heeft Senne nog een nieuw carnavalspak nodig en kilo’s confetti voor vrijdag, zit Papa Leeuw alweer de volle week in Ouagadougou (dat ligt ergens in Afrika, zou niet weten waar
), en is er nog vanalles aan het gebeuren wat niet heel de wereld hoeft te weten.
Ik heb er voor het eerst in mijn leven het Justine Henin-syndroom van gekregen: acute aanval van stresspuisten.
Maar dat kan de pret op dit moment niet bederven :ik ben bijzonder happy. Superhappy eigenlijk. Het zijn bijzonder vermoeiende, maar vooral zeer fijne dagen.
En wat er nog bij helpt: onze roomba is back home. Yiehaa!






Wablief?