Matisse is al twee dagen bezig aan zijn elfde levensmaand. De voorbije maand was vooral een maand van ontdekkingen: kruipen op, onder, tussen en in alles en nog wat. Maar veel belangrijker dan dat: de mama & de papa hebben de oorzaak van Matisses slaapprobleem ontdekt. Bij toeval evenwel.
Dat ging zo:
Kind & Gezin raadt een heleboel (ongewtijfeld zeer goed bedoelde en correcte) dingen aan ter preventie van wiegedood, waaronder
1. maak de kamer niet warmer dan 18° (je krijgt zelfs zo’n thermometertje van hen waarmee je de kamertemperatuur kan aflezen)
2. dek je kind niet te warm toe, een lakentje volstaat.
Dus sliep Matisse tot vorige maand steeds in een van de twee slaapzakken van Senne, in dunne fleece of badstof. En letten we flink op de temperatuur in zijn kamer.
Nu leek zo’n slaapzak waar je benen in kon maken, wel een handig ding, voor als we Matisse ergens meepakken ‘s avonds. Redelijk dure investering, dat wel. Op die slaapzak hing zo’n kaartje: “1,7 TOG”. Met de uitleg:
“TOG is een meting van thermale weerstand, die gelijk is aan het confort temperatuur (sic) in vergelijking met omgeving. Volgens de verwezenlijkte tests, waarborgen de polar kwaliteit Baby boum 1,7 TOG (sic). 1,7 TOG stemt overeen met de ideale temperature (nog es sic) van de babykamer tussen 16° en 20°.”
Het is geen nederlands, maar de boodschap was wel duidelijk. En voor alle duidelijkheid: de nieuwe slaapzak is een pak dikker dan elk van die oude.
En sinds Matisse die aan heeft ‘s nachts: geen onverklaarbare kik meer.
En dat allemaal uit overbezorgdheid. Uit fout geïnterpreteerde goedbedoelde raadgevingen.
Maar ‘t kind had gewoon koud ‘s nachts.
Ocharme.


Wablief?