Drie jaar geleden zetten we hem af in de klas van Juf Leen. Blijgezind en huppelend stapte hij binnen. Om het op een hartverscheurend huilen te zetten, toen hij zijn de-hele-vakantie-lang-gekoesterde-Plop-boekentas in de kast moest zetten. Huilend hebben wij hem toen achtergelaten: hijzelf en mama Leeuw, bedoel ik dan. Papa Leeuw begreep al die commotie niet zo, maar soit.
Vanaf de dag nadien is ie elke dag de speelplaats op gehuppeld en/of gerend, zeker op de speciale dagen. Van uiterst verlegen kleutertje uitgegroeid tot een al-heel-wat-mondiger en vooral bijzonder leergierig kind. Helemaal klaar voor het eerste leerjaar.
Nu is het geen klein Plop-boekentasje meer. Neen, ik ben erin geslaagd (*pluim voor mezelf*) om hem vakkundig langs alle figuurtjes-boekentassen te leiden, en hem een stoere rode Kipling-boekentas te laten uitkiezen. Die is de helft zo hoog als hem, en zeker dubbel zo breed.
Boekentas is gevuld met het lijstje van Juf Kristien: twee ringmappen van Pokémon (I know), een dun mapje, 5 doosjes voor letters, woordjes, splitsen, + en – en nog eentje in reserve, een slijper met een potje,…
En méér nog dan in de kleuterklas, start er nu écht een ander tijdperk.
De komende 6 jaar wordt er wel geweldig veel in zijn hoofd gepropt: het evidente lezen en schrijven; maar evengoed franse woordjes; het bestaan van Filips de Goede en de Schone en wat Johanna de Waanzinnige daar mee te maken had (ik zou het begot niet meer weten, BTW); de ins en outs van zinsontleding en de 3de wereldproblematiek. Heel dat hoofd wordt volgepropt. Al kan er hopelijk nadien nog een pak bij – maar toch.
En nu start ook het tijdperk van de toetsen en de rapporten. Al kreeg hij er deze week al één van nichtje ‘Juf Stien’, die hem op kamp bij Oma en Opa tot zijn groot jolijt al een pak woordjes leerde lezen.

99,2% voor lezen, 99,1% voor rekenen, 100,4% voor schrijven en een gemiddelde van 98,4%. Ge moet dat kunnen, zeg ik u.









Wablief?