Vorig jaar vampier, dit jaar skelet.
Schmink was eigenlijk niet nodig, maar verkleed zijn is niet écht zonder schmink (‘maar mama, dat wéét toch iederééééééén!!)

En het was weer bijzonder plezant, ge ziet dat van hier…
Vorig jaar vampier, dit jaar skelet.
Schmink was eigenlijk niet nodig, maar verkleed zijn is niet écht zonder schmink (‘maar mama, dat wéét toch iederééééééén!!)

En het was weer bijzonder plezant, ge ziet dat van hier…
Telefoon van de crèche gisteren. Flashback naar 4 jaar geleden. Toen was Senne zwaar gevallen. resultaat: één dode tand en ene volledig verbrokkeld.
Nu was het Matisse zijn beurt: twee onderste tanden los door zijn bovenlip. Het bloeden was vanzelf gestopt. Maar begon gisterenavond opnieuw toen ie alweer een keer viel. Eigenlijk ziet het er op ‘t eerste zicht minder erg uit dan het is, maar verdorie, als ge er zo ne keer goed naar kunt kijken (als Tis het toelaat, bedoel ik) ziet het er verre van proper uit. Dat moet gewoon serieus pijn doen / gedaan hebben.
Maar hij blijft, op wat extra nood aan knuffeltjes na, heel flink en stoer, die kleinste van ons.
‘t Is nen harde, zeggen ze in de crèche. En als ge dat lipke nu goed ziet, denk ik dat ze meer dan gelijk hebben.
Langs de ene kant leest Senne nu al relatief vlot boekjes op AVI 3 -niveau (voor het 2de leerjaar, that is), langs de andere kant heeft ie de laatste maanden weer minstens om de elke dag een natte broek. Hoe redelijk vóór ie langs de ene kant blijkt te zijn, hoe nogal redelijk wreed ver achter hij langs de andere kant is.
Na vandaag drie keer broeken ververst te hebben als ware het Matisse’je zelf, ben ik er een beetje heel veel moedeloos van geworden. ‘t Is precies of al die dingen die hij verstandelijk wél goed kan (en zo zijn er zeer veel), hem verhinderen van dat stuksje verstand ook te gebruiken om op te vangen dat ie misschien beter es naar het toilet trekt.
Ze zijn waarschijnlijk incompatibel, die twee hersenkwabben.
Na de dokter en de kinderpsychologe, telkens zorgend voor een tijdelijke verbetering, maak ik morgen een afspraak met een kinesist die volgens de “methode Hendrickx” werkt.
Heb eigenlijk nog steeds geen idee wat dat precies is, die methode, maar het zou al gewerkt hebben.
Nu nog bij ons. Allez hup. Duimen maar.
Sinds een week of twee is Senne helemaal ‘into’ strijkparels. Ik dacht dat dat alleen voor meisjes was, maar niet dus. Er worden hier sterren, beertjes, poppetjes, dolfijnen, vlinders en vierkanten aan de lopende band gemaakt en gestreken. En af en toe een hartje voor mama <pinkt virtuele traan weg>.
Tot daarnet, alleen maar blijdschap dus om de nieuw ontdekte hobby.
En ook al daarnet: even dus niet meer.
Meneer had het namelijk gedacht, na het vinden van zo’n witte strijkparel op de grond, dat de beste plaats om die te verstoppen voor Matisse (dat die die niet in zijn mond zou stoppen, weetwel), zijn rechterneusgat was. I’m no kidding, dat was de uitleg.
Waarna er bloed gesnoten werd, ik de parel eruit probeerde te vissen, ik hem niet vond en dan maar besloot naar de spoed te rijden. Want dat moest er toch op de een of andere manier uit.
Aangekomen bij de spoed van het UZ Jette, bleek ‘spoed’ toch een relatief begrip. Na ongeveer een uurtje wachten tussen de nieuwe belgen, mocht Senne op de tafel liggen en keek er een dokter met een lichtje in zijn neus.
Niks te zien. Niks te voelen trouwens ook.
Paar keer geverifieerd bij Senne of hij hem nog steeds voelde. Positief antwoord.
Doorverwezen naar de spoedpediatrie alwaar wij dan een nieuwe spoeddokter zouden krijgen die dan met een of ander speciaal instrument verder ging kijken. Maar eerst uiteraard in de wachtzaal. Een nieuwe wachtzaal deze keer met veel klimspeelgoed. Fijn gedaan.
Daar zaten we ook een half uurtje, denk ik, toen Senne mij doodleuk meedeelde dat hij niet meer zeker wist of de strijkparel er nog zat, en dat hij hem ook niet meer voelde.
De andere dokter verifieerde nog snel een keer, zag ook niks zitten, en toen zijn we maar naar huis gereden.
Wij hadden vandaag met andere woorden een bijzonder fijne ochtend, jawel!
Senne heeft vandaag een spuit op school gehad. Herinneringsvaccinatie tegen polio en zo.
Het was een drama.
Nog uren nadien.
Een boterham kon hij niet eten, want zijn arm deed zoooooooo’n pijn en misschien ging er dan wel een stukje brood op zijn arm vallen en dan ging het nog meer pijn doen. Uitkleden en aankleden ging ook al zo moeilijk. En hij is spontaan maar vroeg gaan slapen, want zijn arm deed zo’n pijn.
‘t Is écht een sisi sissy op ziek zijn en pijntjes-vlak. En wat dat betreft compleet zijn pa typisch een man.
En nu zat ik met het dilemma: moest ik hem nu compleet vertroetelen om die vreselijke pijn aan te kunnen. Of moest ik hem aanmanen zich te vermannen en er dus nog extra verdriet bij te duwen?
De mama in mij heeft voor het eerste gekozen, wetende dat er ooit wel een moment gaat moeten komen waarop ik voor het tweede kies: ik weet namelijk ook wat het is om met een man samen te leven die… hmm neen, dees is niet voor publicatie vatbaar
UPDATE:
deze nacht en vandaag was er koorts. En een gloeiend rode arm. Ik heb mijn allerliefste oudste dus valselijk beschuldigd van het sissy-zijn. Chance dat hij deze blog nog niet heeft ontdekt
-’ ik heb niet veel meer te doen hoor mama. Ik heb al mijn huiswerk al in de huiswerkklas gemaakt.’
-’en wat moet je dan wel nog doen?’
- ‘ik moet alleen nog het woordje ‘neus’ een keer leggen met de lettertjes en dan lezen, en ook nog mijn broek optrekken.’
Prioriteiten stellen, heet dat
Wablief?