Wij zongen vroeger ‘Hallo Meneer De Uil, uw onderbroek is vuil.’ Bijna dertig jaar later komt Senne met datzelfde liedje naar huis. Maar de échte Meneer de Uil, daar kent hij het bestaan niet eens van.
Hoe onstaan zo liedjes? En hoe overleven ze zovele jaren? En hoe verspreiden ze zich doorheen Vlaanderen? Intrigerend vind ik dat.
En zullen die nieuwe ook de tand des tijds overleven, en zullen Senne’s kids daar ook mee naar huis komen, binnen nog es een jaar of dertig?
Ik start een nieuw rubriekske: het nationaal kindererfgoed. Geen officieële liedjes, maar de kindervarianten ervan. Met voorlopig één constante: onderbroekenhumor.
Wablief?