Ze hadden ervoor gewaarschuwd in de kribbe. Er deed een serieus buikgriepke de ronde. De hele groep was donderdag al zwaar uitgedund. Vrijdag was de kribbe gesloten, en maar goed ook, want ik had ‘em stante pede mogen gaan halen, was ie er wel geweest. Diarree zoals ik het zelden gezien heb. Overgeven aan een tempo van idem dito. Dat ‘serieus’ was niks overdreven.
Zo ging het de voorbije drie dagen. De wasmachine heeft overuren geklopt. Ik trouwens ook.
Maar vandaag blijft er precies toch al wat in. Voor het eerst heeft ie daarnet een koekje gegeten. Yay.
Maar waar ik elke keer weer versteld van sta: als wij buikgriep hebben dan zijn wij ellendig, de hele dag door. Als die kinderen ziek zijn, dan geven die es over – bij voorkeur op de vloer of in de zetel, en tien minuten later zijn ze zo fris als een hoentje en niet tegen te houden om op de trampoline te springen of te voetballen. Waarna ze een half uur later weer wat suffer en lustelozer worden. Om het dan weer van voor af aan te laten beginnen.
Maar dat ene alerte halfuurtje, tussen twee kotsbeurten door, is het alsof ze steeds volop willen genieten en alle verloren tijd willen inhalen. En zijn ze dus zo zot als een achterdeur. Raar is dat.
Ik zie het ons zo no niet doen.
En hopen ondertussen dat we het de volgende dagen ook niet te pakken hebben…
Wablief?