![]()
We hadden de wormen, de mieren en nog recent de vlinders al gehad.
Gisteren verschoof het actieterrein van de twee zonen naar de uitgebreidde rupsenpopulatie die onze tuin bij nader onderzoek rijk blijkt te zijn.
Onze tuin, en vooral het veld naast ons, en daardoor dus ook weer onze tuin, is namelijk vergeven van het Sint-Jacobskruiskruid. Bij dat kruid horen dus blijkbaar Sint-jakobsrupsen van Sint-jakobsvlinders.
Dat laatste heb ik allemaal van tinternet. Zonder tinternet was het gewoon geel onkruid met geel-zwarte rupsen die waarschijnlijk voor al die rooie vlinders zorgden. Tenzij er daarvan iets zou staan in de Grote Winkler Prins. De bron der wijsheid van voor tinternet. Die oma zich ooit in de jaren ’70 door een gladde encyclopedieverkoper (recht uit de boekskes) had laten aansmeren.
Enfin, ik wijk af.
Sint-jakobsrupsen dus. Eerst werd er één gespot door Senne, toen zag Matisse er ook één en toen was het hek van de dam. Mijn hele tupperware collectie word al twee dagen lang aangeslaan om rupsen in te droppen. Eerst gewoon, bij wijze van ‘hé kijk, hij beweeeeeeeeeeeeeeegt!!!!!!’, nadien wilden ze ze als tweede huisdier (I kid you not) ‘ooooooooooooh, lief rupsje’ - dat genre.. Dus nu staat er op mijn aanrecht een glazen pot met een stuk of 20 rupsen in en een pak verwelkt kruid. Vakkundig afgedekt door vliegengaas, zodat de beesten wel kunnen ademen, maar niet kunnen ontsnappen. In de hoop dat we binnenkort dus vlinders ipv rupsen als huisdieren hebben.
Of dat gaat lukken, geen idee, maar de zonen en ik kunnen jullie wel al volgende wetenswaardigheden over sint-jakobsrupsen meegeven:
- ze vreten echt wel veel. Ge ziet ze gewoon die blaadjes oppeuzelen
- het is onwaarschijnlijk hoeveel keutels ze daarbij produceren. De bodem ligt vol met honderden kleine zwarte bolletjes
- ze kunnen niet zwemmen
Wablief?