Mireille.

24 06 2010

Beste Mireille van de after-sales van Krefel,

Ik ben nog steeds helemaal delighted over het telefoontje dat ik van jou kreeg deze morgen.

Ik dacht eerst dat het ging over herstelling nr 2 van onze Roomba. Die is namelijk weer stuk – zo gaat dat namelijk met roomba’s die veel gebruikt worden, denk ik. En hoewel je wist dat ik hem opnieuw had binnengebracht, had je iets anders te melden.

Iemand daar bij jullie had namelijk 5 maanden na datum een open brief op dit blogje aan jullie gelezen. Want ik was toen helemaal ontevreden over de lange wachttijd van herstelling nr 1. En over hoe ik geen enkele info kreeg over hoe dat kwam of wat er aan de hand was.
En onder het motto ‘beter laat dan nooit’ vonden jullie dat jullie me een uitleg verschuldigd waren over dat lange wachten op mijn geliefkoosd robotje. Dus waren jullie de case met de beperkte info die jullie hadden, helemaal gaan uitpluizen en dan toch bij mij terecht gekomen.

En kwam er een resem excuses en een hele uitleg over met welke herstellingsdienst jullie vroeger werkten en dat die een lousy service leverden en dat jullie nu met een andere partij werkten. Dat herstelling 2 dus véél minder lang op zich zou laten wachten, en dat je daarop persoonlijk zou toezien.

Nou, Mireille, ik vind dat leuk. Uiteraard leuk dat er binnenkort weer minder zand in onze living gaat liggen – mijn kinders leven momenteel namelijk in hun zandbak – en ik hou je dus aan je belofte. Maar vooral leuk omdat ik persoonlijk door jou werd opgebeld. Zoveel maanden na datum. Dat jullie daar bij Krefel dan toch de puntjes op de E in praktijk willen brengen.

Geweldige ervaring vond ik dat.

Je zal de vorige brief hier niet meer vinden. Hij is weg en verschwunden . Ik ben namelijk geen ontevreden klant meer.

Zijn we terug vriendjes?

M.





Belgacom.

19 03 2010

Beste meneer of mevrouw verantwoordelijk voor de Belgacom-mannen die de straat openleggen,

Eerst en vooral mijn excuses dat ik u aanspreek op de manier waarop ik u aanspreek.

Maar dat heeft zo zijn reden: ik weet namelijk niet wat de naam van de dienst is, die u leidt, of onder wiens bevoegdheid die valt.

Ik bedoel dus die dienst die de Belgacom-camionettes erop uit stuurt. Daarin zitten doorgaans een paar mannen in Belgacom-overalls. Die zetten dan ergens een Belgacom-tentje op en beginnen dan met hun Belgacom-gereedschap putten te graven om iets van Belgacom te repareren of te installeren. Die Belgacom-dienst dus.

Ik probeer u te bereiken.

Het zit namelijk zo:

Twee weken geleden kwam ik thuis en bleken die Belgacom-mannen van u ons voortuintje te hebben opengelegd. Gezien ik geeneens Belgacom-klant ben (jawel ik heb ooit een poging ondernomen, maar daarvoor moest u toen de straat openleggen en dat zou me worden aangerekend), verwonderde mij dat engiszins. Maar goed, er bleek ergens verderop in de straat een grote storing te zijn, en die werd zo ongeveer gelokaliseerd ter hoogte van waar nu dus het Belgacom-tentje stond. Pal voor ons huis.

Helaas was het woord ‘ongeveer’ hier absoluut op zijn plaats, en bleek dat het Belgacom-tentje 5 meter teveel naar links stond. Put terug toe en uw mannen gingen de volgende dag gezwind aan het graven naast en op onze oprit. Hmm, ‘gezwind’ is hier een dichterlijke overdrijving.

Soit.

Ze verzekerden ons er ook van dat alles in de oorspronkelijke staat zou hersteld worden.

Laten we dus even kijken wat die oorsponkelijke staat ook weer was:

  1. een oprit met klinkers, vastgezet in wat in het jargon ‘stabilisé’ blijkt te heten. Mooi vlak. Licht hellend naar de straatkant toe voor het regenwater. Jaja die mens die ooit onze oprit heeft aangelegd, daar waren wij tevreden van.
  2. naast de oprit is een veld. Dat veld is hobbelig, staat vol onkruid. Maar wordt wel regelmatig gebruikt om twee auto’s naast elkaar te laten passeren in de smalle straat die de onze is.

Maar wat is nu de huidige staat, hoor ik u oprecht nieuwsgierig vragen? Er moet toch een reden zijn waarom ik rechtstreeks het woord tot u richt?

  1. het einde van onze oprit, waar u heeft laten graven, weet u nog, is nu een hobbelig geheel. Heeft het geregend dan staan er plassen. De klinkers zijn verzakt, komen los en het trekt eigenlijk op niks meer.
  2. in het veld is deze morgen een vrachtwagen gezakt door die put van u. De put was duidelijk even snel voor het zicht toegegooid. Een groot gapend gat dat zicht geeft op een of andere Belgacom-machinerie is nu het resultaat. De eerstvolgende auto die daarover of beter in rijdt, is een wiel kwijt. Het lijkt mij ook niet optimaal voor die Belgacom-machinerie van u, trouwens.

Dus wil ik u bereiken.

Ik wil u namelijk even vragen om mijn oprit écht in de oospronkelijke staat te herstellen; en u wijzen op het gevaar van die put. En als u die Belgacom-camionette dan toch terug opstuurt, kunnen die mannen dan misschien ook de achtergelaten blikjes, waterfles en handschoenen terug meenemen. Zo onder het motto ‘opgeruimd staat netjes’ en al?

Maar ik vind op de Belgacom-site geen Belgacom-telefoonnummer waar ik wat kan melden, gegeven dat ik geen klant ben (m.a.w. als u me computergestuurd vraagt om eerst mijn belgacom-telefoonnummer in te geven, dan moet ik het antwoord schuldig blijven). Ik vind niks bij de veelgestelde vragen.

Dus zet ik het even hier.

In de hoop dat u een conversation manager in huis hebt. Of er zelf één bent. Eén die blogpostjes over Belgacom nauwgezet opvolgt en daar dan ook wat mee doet. Ik heb opzettelijk heel vaak het woord Belgacom gebruikt in deze post. Allemaal in de hoop dat ik lekker hoog op uw technorati of andere blogwatch komt. En u de conversation kan managen. en mijn probleem opgelost geraakt. En dan zijn we beiden content, niet?

Ik wacht hoopvol op een teken van leven!

Met vriendelijke groeten,

M.





Oma.

17 01 2010

Lieve Senne, lieve Matisse,

Bij deze beloof ik plechtig

dat als ik later groot ben

en ook een oma ben geworden

- wat ik trouwens vanharte hoop -

dat jullie,

en jullie respectieve wederhelften

ook altijd op mij zullen kunnen rekenen

als jullie kinderen plots ziek zijn

en dat werkgewijs niet zo goed uitkomt

zelfs al woon ik ook kei-ver van bij jullie vandaan

wat ik dan weer niet hoop.

Net zoals jullie oma dat steeds gedaan heeft

en zonder wie

ik vandaag weer niet had geweten hoe het op te lossen.

Knuffel

Mama.





Hel.

23 01 2009

Liefste Senne, liefste Matisse,

Vandaag was een verschrikkelijke dag voor heel wat mama’s en papa’s.

Twee mama’s en twee papa’s – misschien leken ze wel op die van jullie – hebben deze ochtend hun kindje afgezet in de kribbe, precies zoals jullie mama & papa doen met jou, Matisse. Ze zijn daarna naar hun werk vertrokken, precies zoals jullie mama & papa. En ze werden een paar uur later gebeld met de melding dat hun oogappels door een of andere zot (monster is eigenlijk een beter woord), waren doodgestoken.

Tientallen mama’s en papa’s deden hetzelfde en kregen te horen dat hun kindjes neergestoken, en mogelijks in levensgevaar waren.

Jullie lezen het goed. Babies en peuters, gewoon aangevallen met een reeks messen. Zomaar.

En was daar dan geen juf? Hoor ik jou vragen, Senne.

Ja hoor, er waren ook 6 juffen. Die er alles aan gedaan hebben om die prutsen te beschermen. Want dat mogen kindjes van grote mensen verwachten. Dat is onze allerhoogste taak, daar hebben jullie gelijk in. Kindjes beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Die sinds vandaag nog een beetje bozer is geworden.

En één van die juffen is nu ook dood.

Net als honderdduizenden andere mama’s en papa’s ben ik kotsmisselijk van dit nieuws, kon ik niet snel genoeg bij jullie zijn en heb jullie compleet platgeknuffeld. En voor de duizendste keer gezegd hoe graag ik jullie wel zie.

En toen jij, Matisse, aan één stuk door begon te tateren, schoot er door mijn hoofd dat die twee mama’s en twee papa’s misschien deze morgen nog enthousiast waren over wat hun spruiten nu weer hadden bij geleerd. Misschien kropen ze net, of konden ze eindelijk een speeltje grijpen. Die fijne momenten van ‘hé, kijk hij kan iets nieuws’, die mama & papa zijn zo ongelooflijk zalig maakt. 

Aan jou, Senne, heb ik het niet verteld. Je zou het niet begrijpen. Je zou me bestoken met waarom-vragen. En dat is een vraag waarop geen enkel antwoord mogelijk is. En je zou er misschien van dromen; zoals je deze nacht hebt gedroomd dat je aan het stuur zat van een vliegtuig dat gekaapt werd – ongetwijfeld omdat je me ooit es had gevraagd wat ‘kapers’ waren.

En dat wil ik je niet aandoen.

Ik wil van jullie geen bange kinderen maken, die in elk hoekje gevaar zien. Jullie hebben recht op een zorgeloze, blije jeugd. Al heb ik vandaag nog maar eens beseft dat ik dat niet alleen in de hand heb. En al is het een moeilijk evenwicht tussen een zorgeloos bestaan en toch ook waarschuwen voor alle gevaren die jullie omringen.

Die mama’s en papa’s moeten door een onvoorstelbare hel gaan nu. En het laat me niet los.

Maar liggen jullie er vooral niet wakker van. Er is nog tijd genoeg om je zorgen te maken.

 

De allergrootste knuffel van de hele wereld,

Mama.





Astma.

9 01 2009

Geachte heren en dames van GSK,

Ongetwijfeld kent u mij niet. Ik u trouwens ook niet. Ik ben alleen een gebruiker van een aantal van uw producten. Ik ben dus – laat ons zeggen - die anonieme consument, die u misschien in uw marketingplannen wel eens opneemt. Eén van die honderdduizenden mama’s aan wie u o.m. de Babyhaler wenst te slijten.

Laat me eerst duidelijk stellen dat dat vandaag gelukt is. Althans de pediater heeft het aan mij aanbevolen en ik heb de raad van de pediater opgevolgd. Hij stelde nog even voor het ook even met mijn echtgenoot te overleggen, maar ik heb hem alras duidelijk gemaakt dat ik in dit soort beslissingen het alleenrecht heb. Doch dit terzijde.

Onze jongste spruit heeft namelijk véél te vaak bronchitis dan goed voor hem is, en hoewel er al wat flesjes ‘Ventolin’ ver-aërosold zijn de afgelopen maanden, geraakt hij er nooit écht vanaf. De pediater vermoedt dus een grotere kans op baby-astma. U weet dit ongetwijfeld, maar het symptoom daarvan is een chronische ontsteking van de diepere luchtwegen, waardoor elke virale verkoudsheidinfectie zich daar als een vis in het water voelt, met de gekende bronchitis als gevolg. Ik wist dit tot vandaag evenwel nog niet. Doch ook dit terzijde.

In ieder geval, om na te gaan of dit het inderdaad zou kunnen zijn, zullen wij vanaf nu twee keer daags, gedurende 3 maanden, 2 pufjes geven van uw product ‘Flixotide’, via de al eerde genoemde ‘Babyhaler’, eveneens geproduceerd door een van uw fabrieken ergens ter wereld en ontsproten uit het brein van iemand binnen uw researchafdeling.

Ik heb het daarnet voor de eerste keer geprobeerd. En eerlijk waar, geachte heren en dames, ik stel voor dat er eens een hartig woordje gepraat wordt met de M/V zonder talent die ooit die ‘Babyhaler’ bedacht heeft.

En wel om de volgende reden: die M/V heeft nooit een baby van dichtbij gezien.

En indien, puur hypothetisch weliswaar, dat tòch het geval is geweest, dan heeft hij/zij ongetwijfeld keihard zijn/haar best gedaan om elk perfect normaal gedrag van zo’n kind niet in rekening te brengen bij het ontwerpen van dit (on)ding.

babyhaler1Of kent u veel baby’s voor wiens aangezicht je een 30cm grote toeter kan houden, zonder dàt ze ernaar grijpen en ermee gaan zwaaien?

Kent u er veel die bereid zijn die toeter op hun gezicht gedrukt te houden (er mag nl geen lucht ontsnappen, herinnert u zich nog?)gedurende minimaal 10 ademhalingen? Dat zijn minimaal 15 bijzonder lange seconden, weet u nog?

Kent u veel mama’s die in staat zijn om terzelfdertijd een tegenspartelende en krijsende baby in bedwang te houden, een 30cm grote toeter op het gezichtje van diezelfde baby te drukken en binnen dat tegenspartelend en heen en weer zwaaiend geheel, ook nog es te tellen hoeveel keer een klein blauw ventieltje beweegt zodat we aan 10 ademhalingen komen? Mama’s zijn over ‘t algemeen wel goed in ‘t multitasken, maar ook voor ons is trop te veel.

En weet u wat ik dan echt niet kan hebben? Dat u in de gebruiksaanwijzing van dat ding een paar foto’s zet. Over hoe het zou moeten. En wat doet die baby? Daar zo gelukzalig liggen te liggen. En wat doet die mama? Gelukzalig lachen naar de gelukzalige baby. Een van de betere moeder-kind momenten, zeg maar.

Wel, geachte heren en dames van GSK, ik kon er niet mee lachen. En Matisse ook niet. En zo moeten we nog 3 maanden verder. Elke ochtend en elke avond. Want we gaan wel verder doen met dat apparaat van u. We hebben geen keuze. Dus haast u en vindt een ander en beter systeem uit. Of ik doe het zelf en pak er een patent op. En dan gaan we misschien nog es lachen.

Alvast bedankt.

Met vriendelijke groet,

M.





Wormen.

21 09 2008

Bericht aan mijn zonen.

Liefste Senne, liefste Matisse,

Jullie zijn twee geweldige jongens. Ik kan me, echt waar, geen fantastischere kinderen wensen dan jullie. Maar. Er is een grote maar. Ik ben geen jongen. En alhoewel ik geen roze-prinsessen-tierlantijntjesjurk-meisje ben, betekent dat ik al die jongensdingen een beetje samen met jullie moet ontdekken. En vandaag zijn we zo ongeveer op de grens geraakt.

Kijk, ik wil heel veel leren over dinosaurussen. Ik heb er nooit meer van geweten. Landkaarten en aardrijkskunde interesseerden me nooit of te nimmer; ik ben nu samen met jou, Senne, enthousiast wanneer een baan die we volgen op de kaart ineens langs ‘mooie natuur’ of – oh nog fantastischer – een spoorweg passeert. Ik heb heel mijn kennis over sterren en planeten opgefrist en al ken ik de exacte volgorde van de planeten in ons zonnestelsel nog steeds niet terug, ik kan jou er toch wel al iets over vertellen. En ik geraak eveneens in extase wanneer we in de auto een supercoole vrachtwagen, een trein, een tram of een raceauto passeren. En Cars? Die ken ik ook helemaal vanbuiten.

Maar er zijn zoals gezegd grenzen. Vandaag hebben we wormen gezocht. Voor Oma dan nog. Van die vieze dikke en lange smalle en korte zwieberige wormen. Wormen in alle maten. En die deden we in een potje. Waar even voorheen nog de appelmoes in zat. En bij elke nieuwe worm in het potje moest ik hyperblij zijn. Want er was er weer een supercoole bij.

Laat ik jullie één ding vertellen (ik meen zelfs dat ik het vandaag een aantal keer heb gezegd): ik heb het niet zo voor wormen. Ik vind ze glibberig, vies en eigenlijk gewoon disgusting.

Want ik ben een meisje. Denk ik dan.

Kunnen jullie dat soort spelletjes in ‘t vervolg voor Papa houden? Die vindt dat ook niet zo leuk, maar dat is nou net waar papa’s o.m. voor dienen. Om vieze of stoere jongensspelletjes te spelen.

En dan lees ik wel verder voor uit het grote sterren- en planetenboek.

Dankjewel.

Dikke knuffel,

Mama.

PS neen, ik weet niet wat wormen eten. Of ze gaan blijven leven met dat blaadje erbij? I wouldn’t care less.

PS2 waag het niet om me hetzelfde ooit aan te doen met kikkers. Ik heb namelijk ranidafobie. Dus ik sta niet in voor de gevolgen.