Dat was wel een beetje onverwacht. Was ik me deze morgen nog zorgen aan het maken omdat Matisse overduidelijk zeer zeer moe was vandaag; nog steeds niet wou eten; ze een sonde door de neus naar de maag zouden plaatsen om de infuusvoeding te kunnen afbouwen; de longfoto er volgens dokter 1 een beetje hetzelfde uitzag, maar de bloedinfectie wel wat naar beneden was en hij ook koorts maakte; schrijf ik dit postje vanop een ingezakte zetel in het gewone kinderziekenhuis.
Zo plotsklaps ineens, bleek Matisse diegene te zijn die er het beste aan toe was van de hele intensieve, wilden ze eigenlijk ook wel een bedje vrijmaken voor ergere gevallen, vond de dokter-professor dat de longfoto wél beter was, en dat zelfs met sonde en alle draden er geen écht gevaar meer was, waardoor hij best wel naar een gewone kamer mocht.
Dus concreet heeft ie nu één draad meer: rechtstreeks door zijn neus naar zijn maag; maar daar heeft ie precies geen last van; en drie draden minder die de hartslag en ademhaling meten. Behalve mijn eigen laptop zijn hier geen andere computers. Er is hier niks dat om de haverklap piept. Maar de infusen & de zuurstof zijn er dus wel nog hé. Het ‘gevaar’ is alleen geweken, whatever dat gevaar dan wel mocht zijn.
Maar wij zijn blij, ge ziet dat van hier. Wij hopen nu op elke dag één draad minder. Dan kan ie volgende week naar huis.
En nu mag ik hier ook blijven slapen. Wat allicht voor een grotere fysieke vermoeidheid zal zorgen, maar een veel kleinere emotionele vermoeidheid. Want hem elke avond alleen laten – ’t was verdikke niet gemakkelijk. En zeggen dat er daar dus op intensieve kindjes lagen, die een hele dag geen ouders te zien kregen. En nu ik het kan vergelijken: op intensieve is dat heel erg voor die kinderen, maar nog ‘doenbaar’: er is ongeveer voor elk kind één verpleger. Maar hier? Dat is gewoon onmogelijk voor de leeftijd van Matisse om dat kind langer dan 5 minuten alleen te laten. Die kan nl nog niet op een knoppeke duwen om een verpleegster te roepen als ie pijn heeft hé. Hoe die ouders dat gaan doen eens hun kind ook in een gewone kamer mag, het is mij een raadsel – en ik heb nu al medelijden met die kindjes.
En ik prijs mij dus zo hard gelukkig met mijn werkgever de laatste dagen – die mij toelaat van gewoon ganse dagen naast zijn bed te zitten – met mijn ‘pjoeter’ op mijn schoot, maar toch…
Ik moest deze week op een interne enquete antwoorden. ‘Would you recommend working for this company to someone else?’ (of zoiets). Duizend keer ja.




Wablief?