Liefste Senne, liefste Matisse,
Vandaag was een verschrikkelijke dag voor heel wat mama’s en papa’s.
Twee mama’s en twee papa’s – misschien leken ze wel op die van jullie – hebben deze ochtend hun kindje afgezet in de kribbe, precies zoals jullie mama & papa doen met jou, Matisse. Ze zijn daarna naar hun werk vertrokken, precies zoals jullie mama & papa. En ze werden een paar uur later gebeld met de melding dat hun oogappels door een of andere zot (monster is eigenlijk een beter woord), waren doodgestoken.
Tientallen mama’s en papa’s deden hetzelfde en kregen te horen dat hun kindjes neergestoken, en mogelijks in levensgevaar waren.
Jullie lezen het goed. Babies en peuters, gewoon aangevallen met een reeks messen. Zomaar.
En was daar dan geen juf? Hoor ik jou vragen, Senne.
Ja hoor, er waren ook 6 juffen. Die er alles aan gedaan hebben om die prutsen te beschermen. Want dat mogen kindjes van grote mensen verwachten. Dat is onze allerhoogste taak, daar hebben jullie gelijk in. Kindjes beschermen tegen de grote boze buitenwereld. Die sinds vandaag nog een beetje bozer is geworden.
En één van die juffen is nu ook dood.
Net als honderdduizenden andere mama’s en papa’s ben ik kotsmisselijk van dit nieuws, kon ik niet snel genoeg bij jullie zijn en heb jullie compleet platgeknuffeld. En voor de duizendste keer gezegd hoe graag ik jullie wel zie.
En toen jij, Matisse, aan één stuk door begon te tateren, schoot er door mijn hoofd dat die twee mama’s en twee papa’s misschien deze morgen nog enthousiast waren over wat hun spruiten nu weer hadden bij geleerd. Misschien kropen ze net, of konden ze eindelijk een speeltje grijpen. Die fijne momenten van ‘hé, kijk hij kan iets nieuws’, die mama & papa zijn zo ongelooflijk zalig maakt.
Aan jou, Senne, heb ik het niet verteld. Je zou het niet begrijpen. Je zou me bestoken met waarom-vragen. En dat is een vraag waarop geen enkel antwoord mogelijk is. En je zou er misschien van dromen; zoals je deze nacht hebt gedroomd dat je aan het stuur zat van een vliegtuig dat gekaapt werd – ongetwijfeld omdat je me ooit es had gevraagd wat ‘kapers’ waren.
En dat wil ik je niet aandoen.
Ik wil van jullie geen bange kinderen maken, die in elk hoekje gevaar zien. Jullie hebben recht op een zorgeloze, blije jeugd. Al heb ik vandaag nog maar eens beseft dat ik dat niet alleen in de hand heb. En al is het een moeilijk evenwicht tussen een zorgeloos bestaan en toch ook waarschuwen voor alle gevaren die jullie omringen.
Die mama’s en papa’s moeten door een onvoorstelbare hel gaan nu. En het laat me niet los.
Maar liggen jullie er vooral niet wakker van. Er is nog tijd genoeg om je zorgen te maken.
De allergrootste knuffel van de hele wereld,
Mama.
Wablief?