Olé.

15 01 2010

In de rubriek ‘kindererfgoed’:

Zing nu ja ja joepie joepie jee

Olé

Zing nu ja ja joepie joepie jee

Olé

Zing nu ja ja joepie

Ja ja joepie

Jaja joepie joepie jee

Olé

Pistolét

Patatten met puree

Met mijn hoofd in ‘t WC

EIHHHHHHHHHHHHH!





Jinglebells.

31 12 2009

‘Jingle bells, jingle bells, jingle all the way

en als ik van de trap val

dan val ik in ‘t wc’





Stoomboot.

31 12 2009

‘Zie ginds komt de stoomboot uit Spanje weer aan

Hij duwt op een knopje en vliegt naar de maan

De maan was te glad

Toen viel hij in bad

Het bad was te heet

Toen liet hij een scheet

De scheet was te warm

Toen ging het alarm

Het alarm was te luid

En ‘t liedje was uit.’





Erfgoed.

31 12 2009

Wij zongen vroeger ‘Hallo Meneer De Uil, uw onderbroek is vuil.’ Bijna dertig jaar later komt Senne met datzelfde liedje naar huis. Maar de échte Meneer de Uil, daar kent hij het bestaan niet eens van.

Hoe onstaan zo liedjes? En hoe overleven ze zovele jaren? En hoe verspreiden ze zich doorheen Vlaanderen? Intrigerend vind ik dat.

En zullen die nieuwe ook de tand des tijds overleven, en zullen Senne’s kids daar ook mee naar huis komen, binnen nog es een jaar of dertig?

Ik start een nieuw rubriekske: het nationaal kindererfgoed. Geen officieële liedjes, maar de kindervarianten ervan. Met voorlopig één constante: onderbroekenhumor.








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.