Vannacht ben ik keihard wakker geschrokken, omdat ik ervan overtuigd was dat er een baby-diplodocus-dino in mijn bed zat. Echt zoals in een nachtmerrie en al. Dat is dus een van de gevolgen van hier 4 weken te zitten/liggen en zoveel naar Platvoet en zijn vrienden te moeten/mogen kijken.
Die kaap hebben we ondertussen dus gerond. 4 weken ziekenhuis, waarvan meer dan de helft op intensive care. Als het nu verder gaat zoals gepland, blijft het ook zo, want jawel: als morgen de scan geen onverwachte dingen toont, mogen we morgennamiddag naar huis!
H!O!E!R!A!
Alles wijst erop dat dat goed gaat zijn: helemaal de oude, alleen dat stappen nog steeds. Toch blijft ‘t morgen spannend. Teveel meegemaakt de afgelopen weken al om daar zomaar met een gerust gemoed naartoe te kijken. Wij zijn blij met elke vinger die gekruist is en elk kaarske dat brandt morgen, ge weet nooit dat het echt zou helpen en/of dat we het nodig hebben
Daarmee komt dan hopelijk ook een einde aan een serieuze lijdensweg voor Matisse – al weet hij van bepaalde draden/buizen nu al niet meer dat ie ze ooit gehad heeft. Maar toch. Vandaag was ie toch een kwartier lang weer de ongelukkigste van de hele gang, toen zijn de draadjes van de 5 gaten die her en der in zijn borstkas/rug zijn gemaakt voor drains en camera’s, eruit moesten. De geluidsnormen voor Brussel werden gegarandeerd overschreden. Ocharme. Opnieuw. Voor de zoveelste keer.
Maar goed. Het heeft allicht weer op mij een grotere indruk achtergelaten dan op hem. En hopelijk is het enige wat hij hier uiteindelijk van gaat overhouden 5 lelijke littekens.
Dat valt dan al bij al nog mee.
Enfin. Duimen dus.
Morgenvoormiddag.
Merci.



Wablief?