Hij bleek ginds nog ingeschreven onder de naam ‘Moesjoe’, de naam die de vorige eigenaars van ons huis aan het -toch-wel-ongelooflijk-lieve-maar-terzelfdertijd-bijzonder-verwaarloosde-beest-dat-ze-niet-meer-moesten-hebben hadden gegeven. We hebben hem 7 jaar geleden opgevangen (het moment dat hij op de vensterbank sprong toen we er samen met de vorige eigenaars waren en ik spontaan zei ‘verkoopt ge die niet mee’, staat in het leven van de Moesj nog steeds genoteerd als het winnen van Euromillions, denk ik), compleet kaal geschoren (‘t was nl. nogal een dreadlock-vacht), ingeënt en nog vanalles. Maar dus toen nog onder zijn officiële naam, door de jaren heen veranderd in Moesj(ke). Neen, wij hebben zo’n naam dus niet zelf uitgevonden. Daar komt ge zelf niet op, denk ik.
Soit. Gisteren stond ik er nog es terug, daar bij de dierenarts. 2x zelfs.
Er wonen namelijk nogal wat zwerfkatten in onze buurt en naast het steeds weer kapotbijten van onze vuilzakken op zoek naar een hapje, leven zij zich soms ook uit op de Moesj. Gevolg: een redelijk grote wonde op zijn kop, die volledig was beginnen verzweren, etteren en er allesbehalve appetijtelijk uitzag. Senne ging vrolijk mee. Het lachen verging hem enigszins, en tranen kwamen in de plaats toen de dokter achtereenvolgens:
- vaststelde dat er een mega-etterbuil op de kop van Moesj zat
- Moesj een spuitje gaf om hem te laten slapen
- de etterbuil opensneed (ik laat de details achterwege, maar combineer de woorden ‘bloed’, ‘etter’,'viezigheid’ en ‘gutsen’ in één zin en je hebt het zo wat.
- Moesj terug een spuitje gaf om hem te laten wakker worden, en nog wat extra spuitjes met antibiotica en tegen de pijn
En toen kregen we hem terug mee naar huis, met de boodschap dat de wonde open moest blijven en hij dus wel nog wat zou bloeden.
Eens thuis ging Moesj gezwind naar boven, alwaar hij, naar ik dacht, een dutje ging doen. Effe naar boven gegaan om te gaan kijken en er schoot een keihard bloedend, schuimbekkend wezen langs mij, ondertussen die kop natuurlijk niet geweldig stil houdend, met alle gevolgen van de middelpuntvliedende kracht die ge u op dat moment kunt bedenken: bloed overal en idem schuim/speeksel.
‘Onmiddellijk terugkomen’ zei de dierenarts, waarna Senne en ik op zoek gingen naar Moesj die ondertussen weer ergens onder verdwenen was. Senne speelde even detective en vond dat stuk van het avontuur dus geweldig: het was namelijk bloedsporen zoeken en zo terugvinden waar de Moesj zat. Dankzij de speruneuskwaliteiten van Senne en na een serieuze worsteling kregen we hem uiteindelijk terug in de reismand, brachten we hem opnieuw bij de dokter en die had er eigenlijk geen idee van hoe dat kon komen, behalve een eventuele allergische reactie op een of ander product dat hij had gebruikt om de wonde schoon te maken. In ieder geval: daar zit Moesj nu nog. Tot zover geen telefoon gehad dat er iets mis zou zijn en straks gaan we hem opnieuw halen.
En dan hoop ik maar dat alles al terug een heel klein beetje in toegegroeid, en dat ik de middelpuntvliedende kracht niet nog een keer aan Senne moet uitleggen…
Update:
De gebeden van Nonkel Boeckie hebben hun effect niet gemist. De Moesj is nog wat gehavend, maar voor de rest weer springlevend. Hoera!



Wablief?