Sinds een week of twee is Senne helemaal ‘into’ strijkparels. Ik dacht dat dat alleen voor meisjes was, maar niet dus. Er worden hier sterren, beertjes, poppetjes, dolfijnen, vlinders en vierkanten aan de lopende band gemaakt en gestreken. En af en toe een hartje voor mama <pinkt virtuele traan weg>.
Tot daarnet, alleen maar blijdschap dus om de nieuw ontdekte hobby.
En ook al daarnet: even dus niet meer.
Meneer had het namelijk gedacht, na het vinden van zo’n witte strijkparel op de grond, dat de beste plaats om die te verstoppen voor Matisse (dat die die niet in zijn mond zou stoppen, weetwel), zijn rechterneusgat was. I’m no kidding, dat was de uitleg.
Waarna er bloed gesnoten werd, ik de parel eruit probeerde te vissen, ik hem niet vond en dan maar besloot naar de spoed te rijden. Want dat moest er toch op de een of andere manier uit.
Aangekomen bij de spoed van het UZ Jette, bleek ‘spoed’ toch een relatief begrip. Na ongeveer een uurtje wachten tussen de nieuwe belgen, mocht Senne op de tafel liggen en keek er een dokter met een lichtje in zijn neus.
Niks te zien. Niks te voelen trouwens ook.
Paar keer geverifieerd bij Senne of hij hem nog steeds voelde. Positief antwoord.
Doorverwezen naar de spoedpediatrie alwaar wij dan een nieuwe spoeddokter zouden krijgen die dan met een of ander speciaal instrument verder ging kijken. Maar eerst uiteraard in de wachtzaal. Een nieuwe wachtzaal deze keer met veel klimspeelgoed. Fijn gedaan.
Daar zaten we ook een half uurtje, denk ik, toen Senne mij doodleuk meedeelde dat hij niet meer zeker wist of de strijkparel er nog zat, en dat hij hem ook niet meer voelde.
De andere dokter verifieerde nog snel een keer, zag ook niks zitten, en toen zijn we maar naar huis gereden.
Wij hadden vandaag met andere woorden een bijzonder fijne ochtend, jawel!
Wablief?